VEETEELT IN DE STAD

h

 

Dieren houden in de stad, het is iets waar steeds meer mensen mee bezig zijn. Wormen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden om compost te maken en gft-afval te verwerken. Bijen voor bestuiving en honingproductie. En in Rotterdam heb je inmiddels een drijvende koeientuin. Maar hoe pak je ‘stadsveeteelt’ nou op een goede manier aan? En hoe zit het met het dierenwelzijn? Lasca ten Kate ging in gesprek met Joyce van Heijningen (Partij voor de dieren), imker Dorinde de Tempe en Arie van Ziel, die alles weet over het maken van de ultieme compost met tijgerwormen. 

 

h

 

Dorinde de Tempe ontwikkelde een passie voor bijen, nadat ze een plant binnenhaalde waar een hommel in zat. Aangezien het buiten te koud was, besloot ze de hommel binnen te houden. Bij de wandelende takken. En af en toe liet ze haar lekker rondzoemen in de kamer. Al snel besloot Dorinde zich te specialiseren in het bijenhouden. Als imker zorgt ze nu voor 10 volken op 5 verschillende plekken in de stad, zoals op het dak van de Brakke Grond.

 

Dorinde staat er positief tegenover dat mensen proberen de bijen te helpen. Maar ze zegt ook dat het houden van bijen een specialisme is. Zo moeten de bijen niet gaan zwermen of in muren trekken. En Dorinde zelf kan bijvoorbeeld ook niet al te lang op vakantie. Nee, de goedbedoelende stadsbewoner kan zich veel beter op andere dingen richten dan het houden van bijen.

h

 

Een van de beste dingen die je kunt doen, is zorgen dat bijen genoeg te eten hebben. Vooral in het voorjaar en najaar is dat belangrijk. Om ze daar een handje bij te helpen kun je drachtplanten in je tuin plaatsen. Dat zijn door bijen geliefde planten, met stuifmeel en nectar. Ook Joyce beaamt dat drachtplanten eigenlijk nog beter zijn om bijen te helpen, dan bijvoorbeeld bijenhotels.

 

h

Een andere optie voor milieulievende stadsbewoners is het zelf maken van compost. Arie van Ziel (buurtcompost.nl) legt uit dat wormenhotels  hier de perfecte manier voor zijn. Deze kunnen ook in je keuken geplaatst worden, want door het gebruik van wormen gaat het ook niet stinken. Een vriend van Arie begon er zelfs mee in zijn meterkast.

Tijgerwormen zijn zeer geschikt om mee te composteren. Ze eten in rap tempo je gft-afval op en hun poep is een soort vruchtbaar goud. De mooiste bloemen en planten krijg je ervan en voor je het weet willen al je buren dat ook. Zo kun je meteen aan je sociale contacten werken.

Arie vertelt over een gft-bak die voorheen wekelijks geleegd moest worden, waarbij dat als wormenhotel nog slechts jaarlijks nodig is. En zoals het hoort in een circulaire economie gaat de compost natuurlijk weer netjes naar de bewoners. De gemeente is hier zeer enthousiast over. Die maakte het dan ook mogelijk een budget aan te vragen voor een bak en cursus, om je tot ware tijgerwormenspecialist op te leiden.

h

 

Joyce geeft aan dat mensen vaak te makkelijk denken over het houden van dieren in de stad. Zo was het ook ineens populair om zelf kippen te hebben, welke vervolgens gedumpt werden in het park. Zij onderstreept daarom het belang van cursussen. Anders gaan je geliefde tijgerwormpjes er bijvoorbeeld meteen aan. Daarnaast heeft stadsveeteelt natuurlijk een educatieve waarde. Ben je enthousiast en wil je ook stadsboer worden? Pak het dan gedegen aan en maak van je hotel geen kerkhof.

 

Dana Nentjes

Reactie toevoegen